« Terug naar 'Onze veldwerkers'
Mijn naam is Gonnie Maasse. Ik woon en werk in het Hongaarse plaatsje Dunaalmás. In dit dorpje aan de Donau staat een gehandicaptenhuis. In dit huis, met de mooie naam Szeretetház, “huis van liefde”, mag ik sinds maart 2009 werken.
Maar waarom wonen en werken in dit gehandicaptenhuis?
In de zomervakantie van 2006 ben ik mee geweest op een werkvakantie via de stichting Hulp Oost Europa. Ik had me aangemeld om in die weken mee te helpen in de zorg. Daarbij had ik geen voorkeur aangegeven voor een bepaald land. Zo kwam ik bij de groep die mocht gaan werken in gehandicaptenhuis Szeretetház in Hongarije terecht. Mijn eerste kennismaking met deze bewoners, dit huis en zelfs met dit land.
In deze weken mocht ik helpen op de groep met meervoudig gehandicapten. Dit houdt in dat ze allemaal afhankelijk zijn van bed of rolstoel, en dat de meeste niet kunnen praten. Deze groep heeft de meeste begeleiding nodig met de dagelijkse verzorging, zoals eten, tandenpoetsen en verschonen. Nu is het nog zo, dat de bewoners vaak 8 uur lang met natte kleding in bed liggen, omdat ze maar twee keer per dag verschoond worden. Zij worden een keer minder verschoond dan de bewoners die kunnen lopen of nog redelijk kunnen staan. Ik voelde me thuis op deze groep en was blij dat ik hen mocht helpen.
Tijdens die weken in Hongarije mocht ik de gehandicapten persoonlijke aandacht, maar vooral liefde geven. Ik kon daarbij iets doorgeven van Gods grote liefde, die Hij ook voor deze gehandicapten heeft. Weer terug in Nederland, had ik heimwee naar deze gehandicapten. Hun lichamelijke, en vooral hun geestelijke nood had me heel erg geraakt. Hoe zullen zij, ook deze gehandicapten, in Hem geloven, van Welken zij niet gehoord hebben?
Toen kwam de vraag op mij af: wil God dat ik hierheen ga? Roept Hij, of wil ik het zelf alleen graag? Hier ben ik al biddend mee aan de slag gegaan. In januari 2007 ben ik drie weken terug geweest. Toen werd het verlangen nog sterker om aan deze gehandicapten Gods Woord te mogen vertellen.
In februari 2007 heb ik een sollicitatiebrief gestuurd naar stichting Kimon. Ik heb gezocht naar een organisatie die de Bijbel van kaft tot kaft ziet als Gods Woord en hiernaar wil handelen. Daarnaast vond ik bij Kimon een duidelijk evangelisatiebeleid gericht op kinderen. Hier mogen deze gehandicapten ook toe gerekend worden, omdat een aantal bewoners verstandelijk niet boven het denkniveau van een kind van 12 uitkomen of omdat ze extra zorg of begeleiding nodig hebben die ook kinderen nodig hebben.
Ik geloofde dat door een positieve uitslag van het psychologisch onderzoek, en door het toegelaten worden als kandidaat veldwerker, het duidelijk zou zijn dat God mij roept tot dit werk. Zo ben ik de voorbereidingsperiode in gegaan en mag ik hier nu werken.
In Hongarije zijn er niet zulke goede voorzieningen zoals wij in Nederland voor gehandicapten kennen. De gehandicapte mensen worden vooral gezien als last voor de maatschappij. De Reformatorische Hongaarse Kerk heeft zich over het welzijn van deze gehandicapten ontfermd. Dit betekent concreet: onderdak, genoeg eten en drinken om te leven en gedeelde slaapzalen. Gelukkig worden die slaapzalen door sponsering vanuit Nederland en Duitsland en nu er een aantal verbouwd zijn, ook door de Hongaarse overheid betaald. Daardoor gaan de slaapzalen terug gaan van 11 personen tot max. 7 personen. Dat is voor de bewoners prettiger, we merken ook aan hen dat ze er zelf rustiger van worden.
Doordat er maar weinig geld is voor eten, is de voeding eenzijdig: weinig tot geen vlees en weinig groente. Het gevolg is een chronisch gebrek aan vitamines en bouwstoffen. Eén van mijn voornemens is dan ook om via sponsorgeld en acties een groentetuin aan te leggen/uit te bouwen.
In dit gehandicaptenhuis mag ik praktische hulp geven. Twee dagen in de week help ik in de zorg op een groep waar ze vooral begeleiding nodig hebben. Drie dagen help ik met bewonerszorg en doe ik activiteiten. Een deel van die activiteiten heeft direct te maken met het op eenvoudige wijze doorgeven van Gods Woord.
Vanuit de leiding van het huis is er de ruimte om de bewoners te vertellen (nu nog vooral laten zien) wie God is en wil zijn: ook voor hen een Borg voor hun schuld, door het bloed van Jezus Christus. Dit is een grote, moeilijke taak, die biddend gedaan kan en mag worden. Door de taalbarričre gebeurt dit in het begin met steekwoorden en gebaren. Ik hoop steeds meer over God, Zijn liefde voor de mensen in Zijn Zoon, onze Heere Jezus Christus te kunnen vertellen. Soms blijft er niets meer over dan biddend, zuchtend, roepend naar Gods genade troon te gaan, ook voor deze bewoners. Zoals een jonge raaf roept/ krijst om eten. Daarom wil ik uw gebed vragen. Gebed voor Gods hulp aan de gehandicapten en Zijn zegen over het werk dat ik in Hongarije mag doen.
Alvast hartelijk dank.
Neem persoonlijk contact met haar op of download het sponsorformulier hier.
Van kandidaat-veldwerkers wordt verwacht dat zij een Thuisfrontcommissie vormen en zelfstandig een potentiële sponsorkring benaderen. De geldstroom die dan hopelijk op gang komt, loopt via de stichting Kimon. Kimon is een door de belastingdienst erkende ANBI instelling, zodat giften volledig fiscaal aftrekbaar zijn. Met uw gift maakt u de voorbereiding, de uitzending, het persoonlijk levensonderhoud, etc. mogelijk van de betrokken veldwerker. Deze giften zullen dus niet worden aangewend voor projectkosten.
U kunt Gonnie persoonlijk steunen. U mag persoonlijk contact met haar opnemen (gonniemaasse@kimon.nl), of het sponsorformulier uitprinten en invullen. Help ons méér mensen uit te zenden als “visser van mensen”!
Gonnie Maasse
Mijn naam is Gonnie Maasse. Ik woon en werk in het Hongaarse plaatsje Dunaalmás. In dit dorpje aan de Donau staat een gehandicaptenhuis. In dit huis, met de mooie naam Szeretetház, “huis van liefde”, mag ik sinds maart 2009 werken.
Maar waarom wonen en werken in dit gehandicaptenhuis?
In de zomervakantie van 2006 ben ik mee geweest op een werkvakantie via de stichting Hulp Oost Europa. Ik had me aangemeld om in die weken mee te helpen in de zorg. Daarbij had ik geen voorkeur aangegeven voor een bepaald land. Zo kwam ik bij de groep die mocht gaan werken in gehandicaptenhuis Szeretetház in Hongarije terecht. Mijn eerste kennismaking met deze bewoners, dit huis en zelfs met dit land.
In deze weken mocht ik helpen op de groep met meervoudig gehandicapten. Dit houdt in dat ze allemaal afhankelijk zijn van bed of rolstoel, en dat de meeste niet kunnen praten. Deze groep heeft de meeste begeleiding nodig met de dagelijkse verzorging, zoals eten, tandenpoetsen en verschonen. Nu is het nog zo, dat de bewoners vaak 8 uur lang met natte kleding in bed liggen, omdat ze maar twee keer per dag verschoond worden. Zij worden een keer minder verschoond dan de bewoners die kunnen lopen of nog redelijk kunnen staan. Ik voelde me thuis op deze groep en was blij dat ik hen mocht helpen.
Tijdens die weken in Hongarije mocht ik de gehandicapten persoonlijke aandacht, maar vooral liefde geven. Ik kon daarbij iets doorgeven van Gods grote liefde, die Hij ook voor deze gehandicapten heeft. Weer terug in Nederland, had ik heimwee naar deze gehandicapten. Hun lichamelijke, en vooral hun geestelijke nood had me heel erg geraakt. Hoe zullen zij, ook deze gehandicapten, in Hem geloven, van Welken zij niet gehoord hebben?
Toen kwam de vraag op mij af: wil God dat ik hierheen ga? Roept Hij, of wil ik het zelf alleen graag? Hier ben ik al biddend mee aan de slag gegaan. In januari 2007 ben ik drie weken terug geweest. Toen werd het verlangen nog sterker om aan deze gehandicapten Gods Woord te mogen vertellen.
In februari 2007 heb ik een sollicitatiebrief gestuurd naar stichting Kimon. Ik heb gezocht naar een organisatie die de Bijbel van kaft tot kaft ziet als Gods Woord en hiernaar wil handelen. Daarnaast vond ik bij Kimon een duidelijk evangelisatiebeleid gericht op kinderen. Hier mogen deze gehandicapten ook toe gerekend worden, omdat een aantal bewoners verstandelijk niet boven het denkniveau van een kind van 12 uitkomen of omdat ze extra zorg of begeleiding nodig hebben die ook kinderen nodig hebben.
Ik geloofde dat door een positieve uitslag van het psychologisch onderzoek, en door het toegelaten worden als kandidaat veldwerker, het duidelijk zou zijn dat God mij roept tot dit werk. Zo ben ik de voorbereidingsperiode in gegaan en mag ik hier nu werken.
In Hongarije zijn er niet zulke goede voorzieningen zoals wij in Nederland voor gehandicapten kennen. De gehandicapte mensen worden vooral gezien als last voor de maatschappij. De Reformatorische Hongaarse Kerk heeft zich over het welzijn van deze gehandicapten ontfermd. Dit betekent concreet: onderdak, genoeg eten en drinken om te leven en gedeelde slaapzalen. Gelukkig worden die slaapzalen door sponsering vanuit Nederland en Duitsland en nu er een aantal verbouwd zijn, ook door de Hongaarse overheid betaald. Daardoor gaan de slaapzalen terug gaan van 11 personen tot max. 7 personen. Dat is voor de bewoners prettiger, we merken ook aan hen dat ze er zelf rustiger van worden.
Doordat er maar weinig geld is voor eten, is de voeding eenzijdig: weinig tot geen vlees en weinig groente. Het gevolg is een chronisch gebrek aan vitamines en bouwstoffen. Eén van mijn voornemens is dan ook om via sponsorgeld en acties een groentetuin aan te leggen/uit te bouwen.
In dit gehandicaptenhuis mag ik praktische hulp geven. Twee dagen in de week help ik in de zorg op een groep waar ze vooral begeleiding nodig hebben. Drie dagen help ik met bewonerszorg en doe ik activiteiten. Een deel van die activiteiten heeft direct te maken met het op eenvoudige wijze doorgeven van Gods Woord.
Vanuit de leiding van het huis is er de ruimte om de bewoners te vertellen (nu nog vooral laten zien) wie God is en wil zijn: ook voor hen een Borg voor hun schuld, door het bloed van Jezus Christus. Dit is een grote, moeilijke taak, die biddend gedaan kan en mag worden. Door de taalbarričre gebeurt dit in het begin met steekwoorden en gebaren. Ik hoop steeds meer over God, Zijn liefde voor de mensen in Zijn Zoon, onze Heere Jezus Christus te kunnen vertellen. Soms blijft er niets meer over dan biddend, zuchtend, roepend naar Gods genade troon te gaan, ook voor deze bewoners. Zoals een jonge raaf roept/ krijst om eten. Daarom wil ik uw gebed vragen. Gebed voor Gods hulp aan de gehandicapten en Zijn zegen over het werk dat ik in Hongarije mag doen.
Alvast hartelijk dank.
Neem persoonlijk contact met haar op of download het sponsorformulier hier.
Adres: Dunaalmasi Reformatus Serethetház
Maasse H
2545 Dunaalmas
Jokai M. u.16 Hungary
E-mail: gonniemaasse@kimon.nl Tel.: 0900 0784 (inbelnummer)
0036 304 977 324 (Hongaarse 06)
Wordt persoonlijk sponsor van een veldwerker!
Door C. Moerman, directeur
Van kandidaat-veldwerkers wordt verwacht dat zij een Thuisfrontcommissie vormen en zelfstandig een potentiële sponsorkring benaderen. De geldstroom die dan hopelijk op gang komt, loopt via de stichting Kimon. Kimon is een door de belastingdienst erkende ANBI instelling, zodat giften volledig fiscaal aftrekbaar zijn. Met uw gift maakt u de voorbereiding, de uitzending, het persoonlijk levensonderhoud, etc. mogelijk van de betrokken veldwerker. Deze giften zullen dus niet worden aangewend voor projectkosten.
U kunt Gonnie persoonlijk steunen. U mag persoonlijk contact met haar opnemen (gonniemaasse@kimon.nl), of het sponsorformulier uitprinten en invullen. Help ons méér mensen uit te zenden als “visser van mensen”!
