Algemeen beleid van Kimon


1. Opdracht

    Kimon ziet het als haar opdracht om de kinderen van de wereld het Evangelie te verkondigen en te voorzien in hun geestelijke, lichamelijke en materiële nood. Dit in navolging van Jezus' woorden uit o.a. Lukas 18 vers 16: Laat de kinderen tot Mij komen en verhinder hen niet.

2. Grondslag

    De Heilige Schrift vormt het uitgangspunt en is de inspiratiebron voor het werk van de Stichting. Hierbij vormen de Reformatorische belijdenisgeschriften een leidraad tot het verstaan van Gods Woord.

3. Identiteit

    Kimon is een christelijke stichting met wortels in de reformatorische gezindte, zoals vertegenwoordigd door de diverse kerkelijke geledingen. Voorlichting en werving richten zich voornamelijk op deze achterban.

4. Doelgroep

    Vanuit onze opdracht willen we noodlijdende kinderen en jongeren wereldwijd bereiken: straatkinderen, kinderen uit krottenwijken, weeskinderen, gehandicapte kinderen, zieke kinderen. Kinderen uit de stad, maar ook kinderen uit de jungle of van de savanne. Kortom, alle kinderen die op geestelijk, lichamelijk of materieel gebied een achterstand hebben of dreigen op te lopen. Maar ook die kinderen, die nog niet of nauwelijks met het Evangelie zijn bereikt.

5. Hulpverlening

  • Gezien onze opdracht willen we medische hulp, materiële steun, financiële adoptie, alfabetisering en ander ontwikkelings- en hulpverleningswerk hand in hand laten gaan met Evangelieverkondiging.
  • Kimon investeert ook in voorzieningen als gebouwen, terreinen en infrastructuur, als dat ondersteunend is aan het doel.
  • Om onze doelstellingen te verwezenlijken zenden we veldwerkers uit.
  • Veldwerkers worden bij voorkeur geplaatst op eigen projecten van de stichting.
  • Het is mogelijk dat veldwerkers worden geplaatst op projecten van andere hulpverlenende instanties uit binnen- of buitenland. Met deze organisaties wordt dan een samenwerkingsverband aangegaan, waarbij Kimon verantwoordelijkheid draagt ten aanzien van de uitgezonden medewerkers. Daartoe dient aan Kimon beslissingsbevoegdheid te worden verleend, welke contractueel wordt vastgelegd.
  • Als "mondiaal" opererende stichting worden hulpvragen vanuit alle delen van de wereld, met name de roep om veldwerkers, welwillend in overweging genomen.
  • Het bovenstaande geldt ook, wanneer het initiatief ligt bij mensen uit de eigen kerkelijke achterban die zelf contacten hebben gelegd met een (potentieel) arbeidsterrein en "onderdak" zoeken bij een uitzendende organisatie.

6. Samenwerking

  • Waar mogelijk, opereren we “overzee” in samenwerking met een plaatselijke kerkelijke gemeente of instantie, die een belijdenis heeft die in overeenstemming is met onze Nederlands Geloofsbelijdenis en de Westminster Confessie.
  • Wanneer het doel daarmee wordt gediend, wordt samenwerking met andere kerken of stichtingen met een andere kerkelijke achtergrond echter niet bij voorbaat uit de weg gegaan.

7. Veldwerkers

  • Veldwerkers worden benoemd als "vrijwilliger": er is dus geen sprake van een salaris, waarover loonbelasting wordt betaald. Zij ontvangen een maandelijkse bijdrage die kostendekkend is voor het levensonderhoud ter plekke en tijdens het verlof, alsmede voor onkosten die het verrichten van de werkzaamheden met zich meebrengt. In overleg met betrokkenen wordt een ziektekostenverzekering afgesloten en een pensioenregeling getroffen.
  • Met onze veldwerkers gaan we een verbintenis aan voor een periode van minimaal drie jaar. We streven naar een korte voorbereiding, bijvoorbeeld cursussen op het gebied van missionair werk en taalstudie, een en ander afhankelijk van de vooropleiding, de competenties en het beoogde werkterrein. Ongehuwden hebben recht op een jaarlijkse verlofperiode van twee maanden na een verblijf van anderhalf jaar op het werkterrein; voor echtparen geldt een tweejaarlijkse verlofperiode van drie maanden. Hierover kunnen ook andere afspraken worden gemaakt, al naar gelang de omstandigheden.
    Verlenging van de uitzendovereenkomst, indien van toepassing, vindt plaats voor een periode van 1 of 2 jaar, in overleg met de betrokkene.
    Een model van een uitzendovereenkomst is op aanvraag ter inzage.
  • Kandidaat-veldwerkers dienen een Thuisfrontcommissie op te richten. Via deze TFC dient een sponsorkring te worden opgebouwd die hen gedurende minimaal drie jaar financieel kan onderhouden. Deze fondsen worden als gift op rekening van de stichting geboekt, waardoor de giften ook fiscaal aftrekbaar zijn. Vanuit dit budget betaalt de stichting alle kosten die ten behoeve van de uitzending, alsmede gedurende de contractperiode worden gemaakt. Te denken valt daarbij aan kosten van levensonderhoud, huisvesting, verzekeringen, vervoer, emigratie en eventuele repatriëring, alsmede reis- en verblijfskosten tijdens de verlofperioden. Een gedeelte van het budget wordt gereserveerd ter dekking van organisatiekosten, zoals PR, werving en selectie, etc.

8. Uitzending

    Formeel wordt de veldwerker uitgezonden door de stichting. Uitzending geschiedt bij voorkeur in samenwerking met de kerkelijke gemeente waarvan betrokkene lid is. Daarbij wordt de eigen predikant of ambtsdrager, of een predikant uit het betreffende kerkverband gevraagd de dienst te leiden en daarbij de uitzendformule van de stichting te hanteren. Wanneer dit om welke reden dan ook onmogelijk blijkt, zal gezocht worden naar een alternatieve vorm waarbij de uitzendhandeling kan worden verricht bij monde van de directeur of een bestuurslid.

9. Budget en werving

    Het algemeen budget van de stichting wordt opgebouwd uit vrijwillige bijdragen van particulieren, verenigingen, bedrijven, scholen en kerken. Deze worden daartoe opgeroepen via ons magazine, foldermateriaal en advertenties en/of actief benaderd via gerichte mailingen. Zo mogelijk zal een beroep worden gedaan op bijdragen van de overheid of subsidieverstrekkende instellingen.
    Naast bovengenoemde bronnen dient ook een percentage van de sponsorgelden, zoals bedoeld in artikel 7 lid c, ter aanvulling van het algemeen budget.

10. Voorlichting

  • De achterban wordt van de ontwikkelingen op de hoogte gehouden via het magazine "Discipel", waarin van alle veldwerkers een bijdrage wordt verwacht. Dit (kwartaal)blad wordt zonder verplichtingen toegezonden aan alle belangstellenden.
  • Kimon wil een actief voorlichtings- en wervingsbeleid voeren. Als middelen daartoe beschouwen we onder meer de (reformatorische) pers, presentaties op scholen, verenigingen e.d., het organiseren van koor- en muziekavonden en deelname aan beurzen en voorlichtingsdagen.

11. Het bestuur

  • Het bestuur stelt zich ten doel het beleid van de stichting te bepalen en het geheel van stichtingsactiviteiten aan te sturen. Zij draagt daarbij de eindverantwoordelijkheid voor beleid en functioneren van het geheel der stichting.
  • Het bestuur is samengesteld uit een voorzitter, een secretaris, een penningmeester en overige bestuursleden. Vergaderingen vinden 6 maal per jaar plaats, of vaker indien de noodzaak daartoe aanwezig is. Bestuursleden zijn onbezoldigd, maar kunnen aanspraak maken op een onkostenvergoeding.
  • Met het oog op de verscheidenheid van kerkelijke achtergrond binnen de achterban streven we naar een evenwichtige vertegenwoordiging hiervan binnen het bestuur. Alle functies staan open voor zowel mannen als vrouwen.

12. Directie

    Het bestuur stelt een directeur aan. Deze is belast met de dagelijkse leiding van de organisatie. Hij begeleidt de projecten en veldwerkers, en bepaalt in overleg met het bestuur het jaarlijkse beleid. De directeur is het eerste aanspreekpunt voor alle betrokkenen binnen de organisatie. Tevens vertegenwoordigt hij de stichting naar buiten toe. Hij is verantwoording schuldig aan het bestuur. De directeursfunctie is bezoldigd.

13. Medewerkers

    Naast bestuur, directie en veldwerkers is er sprake van een aantal medewerkers. Zij krijgen door het bestuur bepaalde taken toegewezen, zoals de lezersadministratie, coördinatie van werkvakanties, beheer van adressenbestanden, redactie van de rubriek Kimonkidz, enz. Medewerkers zijn verantwoording schuldig aan het bestuur maar hebben zelf geen bestuurlijke bevoegdheden. Medewerkers kunnen worden uitgenodigd tot het bijwonen van een bestuursvergadering. Medewerkers zijn onbezoldigd, maar kunnen aanspraak maken op vergoeding van onkosten.

14. Comité van aanbeveling

    Ter aanbeveling en “herkenning” van ons werk bij de achterban dient een zogenaamd “comité van aanbeveling”. Met het oog op de verscheidenheid van kerkelijke achtergrond binnen de achterban streven we naar een evenwichtige vertegenwoordiging hiervan binnen het comité. Het comité heeft geen bestuurlijke bevoegdheid.