Zambia


Sinds 2007 verblijft Anneke van Asselt als veldwerker in Zambia. In februari 2009 hoopt Jeannette van Oostrum zich bij haar te voegen. Zij zullen samen gestalte geven aan een programma voor kinderevangelisatie en sociale hulpverlening.

Lees het projectplan van dit project.


Geografische gegevens

Zambia is een republiek in Zuidelijk Centraal Afrika en telt ongeveer 11.700.000 inwoners. De totale oppervlakte van het land bedraagt 752.614 vierkante kilometer (achttien keer Nederland). Zambia grenst onder andere aan Zimbabwe, Congo en Malawi. Zambia heeft officieel 73 etnische groepen. Tot de grootste Zambiaanse volkeren behoren de Bemba (Northern), Tonga (Southern), Lozi (Western) en Chewa (Eastern).
Het Petauke-district ligt in de Eastern Province van Zambia. Het is een Chewa-gebied. Het grootste gedeelte van de bevolking van Eastern spreekt Nyanja, dat sterk op het ChiChewa van Malawi lijkt.

De vlag van Zambia

De vlag van Zambia bestaat uit een rood, zwart en geel veld op een groene achtergrond. Het rode veld staat als symbool voor de strijd om de vrijheid, het zwarte veld voor de bevolking en het gele veld voor de natuurlijke rijkdom van het land: koper. Boven deze vlakken stijgt de adelaar als symbool van de vrijheid.

Geschiedenis

De geschiedenis van Zambia als ontwikkelingsland begint in het jaar 1964. In dat jaar werd de onafhankelijkheid van Zambia een feit. Het land was niet langer een Engelse kolonie, maar kreeg een zelfstandige status.
In de jaren daarna werd er vooral heel veel geïnvesteerd in ministeries, scholen,ziekenhuizen, fabrieken en asfaltwegen. Veel geld en energie werd ook gestoken in het vergroten van de kennis en vaardigheden bij mensen, vooral bij kinderen, die eerder niet naar school konden. Er brak een tijd aan van ongekende welvaart , met name voor mensen met banen in de steden of in de bestuurscentra op het platteland.
Echter, al het geld dat ingezet werd, was geleend geld. Halverwege de jaren zeventig rees de vraag: hoe kan al het geld dat in het land is gepompt worden terugverdiend? Het antwoord luidde: exporteren tegen een hogere prijs dan de productiekosten. Maar de wereldmarktprijzen voor de mijnbouwproducten (voornamelijk koper), waar Zambia het ook nu nog vooral van moet hebben, vielen steeds meer tegen. En alle nieuwe bussen en vrachtauto’s , ziekenhuisapparatuur en waterleidingen moesten ook nog eens onderhouden worden. Daar kwam weinig van. Buitenlandse leveranciers werden steeds terughoudender met levering zonder betaling vooraf. Zo werd Zambia na de eerste vette jaren steeds minder kredietwaardig.
De achteruitgang zette zich eind jaren tachtig door vanwege het feit dat het Internationaal Monetair Fonds geen geld meer wilde storten in ‘bodemloze putten’ en overging op de zogenaamde Structurele Aanpassingsprogramma’s. (SAPS). Voor Zambia betekende dit dat de externe geldkraan meer en meer werd dichtgedraaid, er economische hervormingen werden doorgevoerd (gericht op privatisering) en het IMF grote eisen ging stellen aan de export. Een vrij plotselinge verandering in beleid die voor het sterk afhankelijke Zambia fataal is gebleken.

Huidige situatie

In de jaren zeventig moest nog intensief worden gelobbyd om Zambia de status van concentratieland voor de Nederlandse ontwikkelingshulp te geven. Het land zou daarvoor toen nog ‘te rijk’ zijn. Inmiddels is Zambia gezakt naar plaats 89 van de in totaal 94 landen op de Human Poverty Index van het United Nations Development Programme. Daarmee behoort Zambia tot de allerarmste landen van de wereld.
In de jaren van economische voorspoed steeg de gemiddelde levensverwachting van 40 jaar in 1960 naar 54 jaar in 1990. Anno 2008 ligt de gemiddelde levensverwachting van de Zambiaanse bevolking op slechts 38 jaar. Een dramatische daling. De ziekte Aids vergt dagelijks honderden doden (ongeveer 21 procent van de bevolking is geïnfecteerd), de kindersterfte stijgt al jaren, evenals andere negatieve indicatoren van ontwikkeling, zoals het analfabetisme.

Vrouwen in Zambia

Vrouwen spelen een centrale rol in de Zambiaanse samenleving. Van oudsher werken zij in de landbouw en nemen daarmee de voedselvoorziening van de gemeenschap en het gezin voor hun rekening. Door het toenemend aantal HIV/aids patiënten is de laatste jaren de zorgtaak voor vrouwen nog groter geworden, ook omdat zij zich vaak het lot van weeskinderen aantrekken. Helaas heerst nog steeds de mythe dat mannen van HIV/aids kunnen genezen door seksuele gemeenschap te hebben met een jong meisje. Dit waandenkbeeld werkt seksueel misbruik van jonge meisjes in de hand.
Om een volwassen vrouw te worden moet een meisje een initiatierite ondergaan. Een initiatierite vindt meestal plaats als het meisje ongeveer dertien of veertien jaar is. Tijdens de rite krijgt het meisje onderricht van haar grootmoeder, haar tante en een traditionele vroedvrouw. Zo leert ze allerlei normen en waarden, over voedseltaboes, sociale omgang, seksuele voorlichting, het huwelijk, relaties met de schoonfamilie en wordt het meisje afgezonderd van haar sociale omgeving. Deze afzondering maakt haar sterk, zodat zij moeilijkheden in haar latere leven beter kan doorstaan. Aan het eind van de rite toont het meisje de dansen die ze geleerd heeft en laat daarmee zien dat ze een echte vrouw is geworden.

Onderwijs

Kinderen hebben in Zambia gratis toegang tot het basisonderwijs. Ongeveer 65 procent van de kinderen maakt een lagere schoolopleiding af. Voor het middelbaar onderwijs is dat ongeveer 35 procent. De verhouding leerlingen-leraar ligt voor het lager onderwijs op 45:1 en voor het middelbaar onderwijs op 30:1. Juist in het onderwijs zijn de effecten van de HIV/aids epidemie voelbaar. Het hoge sterftecijfer onder leraren leidt tot een afname van het aantal gekwalificeerde onderwijzers. Veel kinderen die hun ouders verloren door HIV/aids kunnen niet door gebrek aan middelen niet (meer) naar school. Door de explosieve toename van HIV-aids ontberen veel kinderen iedere vorm van onderwijs of moeten voortijdig de school verlaten.

Religie in Zambia

Ongeveer 27 procent van de bevolking hangt traditionele Afrikaanse religies aan. Daarnaast belijdt ongeveer 72 procent een christelijke godsdienst.
In de traditionele Afrikaanse religie is God de oppergod die boven alles staat. Hij heeft de wereld geschapen, maar is daarna ver weggetrokken van deze aarde. De geesten, goede en kwade, daarentegen zijn veel dichterbij. Zo is er ‘ilat’ de regengod, die voor de regen zorgt. Voorouders zijn in deze religie erg belangrijk. Zij zijn uit deze werkelijkheid gegaan, maar leven nog in een andere werkelijkheid. Zij zijn om je heen en kijken altijd mee. Kinderen hebben de opdracht om voor de voorouders in de andere werkelijkheid te zorgen. Daarom is het krijgen van kinderen zo belangrijk. Men wordt geen voorouder als men zelf geen kinderen heeft en wie zal er dan voor je zorgen?
Vooral op het platteland van Zambia is deze religie in al het denken en doen van de bevolking verweven. Het geloof in ‘witchcraft’ (toverij, hekserij) is nog prominent aanwezig. Alles wat niet bewezen of beredeneerd kan worden, wordt bestempeld als hekserij. Personen die van hekserij worden beschuldigd, worden uit de gemeenschap geweerd of verbannen.